Meester Jac. P. Burger

Het thema verdwenen scholen in de Kroniek 74 en het overlijden van mevrouw Rie Burger – de Boer op 26 februari 2016

Jac. P Burger

brachten mij op het idee om meester Jac. P. Burger eens op de voorgrond te zetten. Er zijn oud-leerlingen die geen goede herinneringen hebben aan hem. Ook zijn er oud leerlingen die hem nog als de dag van gister herinneren als een aardige meester. Dank aan de familie Burger die mij 2de gegevens en foto’s hebben aangereikt.

Vroeger keek je op tegen een meester op de lagere school. Je sprak hem aan met meester en u. Wee je gebeente als je dat niet deed. De hoek van de klas was dan de plaats waar je voor korte of lange tijd mocht vertoeven. De gang was ook een plek die je liever niet bezocht als strafplek. Respect had je voor deze mensen. De meesters en juffen van weleer zijn er niet meer. Maar van sommige onderwijzers van vroeger hoor je de namen nog wel voorbijkomen. Meester Aalders is de bekendste en iedereen kent ook juffrouw van Harlingen. Zij hebben een respectabel spoor achtergelaten. Een onderwijzer die ook een belangrijk spoor heeft nagelaten en vrij bekend is, is meester Burger. Als jongeman van 23 jaar kwam hij op 1 augustus 1943 in Slootdorp het team versterken. Hij werkte samen met juffrouw van Harlingen en meester D. Dekker op de Wieringermeerschool. Vlak na de onderwaterzetting zorgde hij ervoor dat de leerlingen toch weer naar school konden. De bovenverdieping in het gemeenschapshuis van het Joods werkdorp werd ingericht als school. Er werd dankbaar gebruik gemaakt van de meubeltjes uit de eetzaal die de Joodse leerlingen nog gemaakt en gebruikt hadden. Alles stond in een keurige rij en grotere tafels ertussen als scheiding. Over het algemeen waren het de kinderen uit Slootdorp en omgeving die gevlucht waren voor het water en onderdak hadden gevonden in Wieringerwaard, die hier de school bezochten.

Joods werkdorp

De start was op dinsdag 26 juni 1945 met 55 kinderen van vijf verschillende scholen en zes klassen, alles bij elkaar in één ruimte. Jac. Burger was de enige onderwijzer, en had het er druk mee. In een dagboekje hield hij de eerste maanden bij; de namen van leerlingen en waar ze vandaan kwamen maar ook wanneer ze weer weg gingen. De moeders kwamen kijken naar de ‘school’, beneden in het gebouw was het nog vies en stonk het, maar boven was het keurig netjes. Er was een mooi pad gemaakt van stropakken en zo konden de kinderen vanaf de Nieuwersluizerweg naar het gemeenschapsgebouw van het Joods werkdorp. Lesmateriaal was er nauwelijks, alleen potloden en penhouders zonder pennen, een fles inkt en wat schriften, meer niet. Na een week waren er al 60 leerlingen! Zonder boeken, schriften, pennen en bord: het was niet te doen. Meester Burger had een oudercommissie opgericht en de eerste vergadering was op 28 juni 1945 bij Breed in het Haukeshuis naast het gemeenschapshuis. Hij verzocht de commissie om assistentie, een meester of juf erbij. Dit bleek niet te lukken. Wel kreeg hij de volledige steun om een week vrij te geven aan de kinderen om er zelf op uit te gaan om schoolboeken en ander materiaal te vergaren. Zelf reed hij bij elkaar 500 kilometer op de fiets om dit klusje te klaren.

Opnieuw beginnen Na deze tocht startte hij op 9 juli 1945 met een leerlingenaantal van over de 75 en hij moest alles nog steeds alleen doen! Het werken op school ging nu beter met de boeken erbij. In Middenmeer en Wieringerwerf was men nog niet begonnen met school. De kinderen moesten grote afstanden afleggen en dit bracht Burger op het idee om een ‘ophaaldienst’ met paard en wagen in het leven te roepen. Er werden donateurs gevonden waardoor de vaste bijdrage van de ouders van wie de kinderen gebruik zouden maken van deze ophaaldienst niet te hoog werd.

Naast het lesgeven besloot Burger om zelf de school schoon te houden. Hij kreeg hulp van enkele meisjes uit de hoogste klas. Hij rekende zes gulden per week af bij het gemeentebestuur en dat geld stopte hij in een pot om er eens op uit te kunnen gaan met de kinderen. Hij besloot om de vloer drastisch schoon te maken: met lysol omdat er nogal veel vlooien waren. Ook hoofdluis was een plaag. Voor een deel paste hij individueel onderwijs toe en daardoor is hij er reuzedruk mee, de hele dag. ‘De tijd vliegt om en dat is verbazend prettig’, aldus Burger. ‘We genieten weer van elkaar’, schrijft Burger in zijn schriftje. De klassen presteerden over het algemeen goed, alleen de eerste gaf moeilijkheden. Als hij daar mee bezig was kon hij geen tijd vrijmaken voor de andere klassen. Dit vond hij moeilijk. Gymnastiek was daarom een graag gegeven les, dan gingen de kinderen naar buiten voor spelletjes en had hij tijd vrij voor de andere klassen. Er werden af en toe sommen gemaakt en dan was er weer taalles – in zijn schriftje is een volledig lesrooster voor alle klassen – maar tekenen is ook een hoofdvak, ‘een best vak’ schrijft hij, ‘het ontwikkelt de fantasie’.

Weer verhuizen Er werd iedere dag gekeken hoe het water zakte. Ook een wandeling langs de Waardweg en de dijk van het Amstelmeer richting De Haukes stond op het programma. In oktober van 1945 kwamen de arbeiders van de DUW (Dienst Uitvoering Werken, een overheidsinstantie die werklozen inzette bij de wederopbouw) in het werkdorp en moest de school eruit. Er werd een gymnastieklokaal in Wieringerwaard betrokken tot Pinkster 1946. Vlak voor Pinksteren hadden ze nog een schoolreisje naar Bergen voor de jongste kinderen; de oudere kinderen gingen drie dagen naar Oldebroek op de Veluwe, ze sliepen daar in een jeugdherberg. De jongens, de chauffeur en meester Burger lagen in het stro. Na Pinksteren werd er lesgegeven in een noodschool in Slootdorp. Alle Wieringermeerkinderen kwamen toen nog naar Slootdorp. Deftig met de auto

vlnr; meester v d Weide, meester v Don, voorop juffrouw v Harlingen en meester Jac. Burger.

Hoofd Wieringermeerschool

In april 1946 werd Jac. Burger benoemd tot hoofd van de Wieringermeerschool in Slootdorp (waar hij dus al onderwijzer was) en in juli 1949 tot hoofd van de Rooms-Katholieke School in Wieringerwerf (de latere Don Bosco-school). De school stond op de Terp, het was de voormalige ulo, het gebouw een barak. Het was er koud en je moest je behelpen in dit noodgebouw. Grote potkachels in de lokaaltjes maakten de ruimte behagelijker. Sinds de oprichting van de Katholieke School Wieringerwerf zette hij zich volledig in, als hoofd van de school en ook daarbuiten voor de jeugd. Pas in 1952 kon de stenen school worden betrokken aan het Terppad naast de Rooms-Katholieke Kerk.

Op 11-9-1946 staan er diverse advertenties in de Flevobode waarin zijn naam vermeld staat: over de opleiding tot het boekhoud- of middenstandsdiploma. Hij bemiddelde daarbij voor een landelijke organisatie. Uit die advertenties blijkt dat hij toen nog op Oostwaard A17 woonde en eerder ook op Nieuwersluizerweg A17. Op 14-1-1948 bericht de krant, waarin zijn naam ook genoemd wordt, over de benoeming van Don Bosco tot beschermheilige voor vereniging DWO (Door Water Ontstaan later Door Wilskracht Overwonnen), terwijl uit een bericht van 29-6-1949 blijkt dat er nog gedachten zijn over een algemene sportvereniging en waar Burger het bestuur erop wijst dat er een rooms-katholieke voetbalclub opgericht gaat worden.

Meester Burger de toneelschrijver

Op de Terp. vlnr; Juf van Don, Juf. van Harlingen en Meester Jac. Burger.

In de periode van de wederopbouw schreef Burger onder pseudoniem ‘Kees en Gezien’ stukjes in de Wieringermeerbode. Hierin deed hij op een luchtige wijze verslag van de opbouw en gebeurtenissen in en om Slootdorp. Hij schreef graag toneelstukken of schreef voor bruiloften en partijen, maar ook voor bidprentjes van overledenen, en vaak wist hij te komen tot prachtige stukken. Zo heeft hij ook de tekst van het schoollied voor de Don-Bosco school geschreven (en juf Jet van der Heijden de muziek). Ook voor de Rooms Katholieke kerk was hij zeer verdienstelijk. Bij jubilea van de geestelijken zat hij vaak in de feestcommissies en in de schoolcommissie, schreef gedichten en/of liedjes voor het feest. Burger schreef ook stukjes in de Parochiebrief. Dit was een brief voor de ge-evacueerde katholieken. Hierin werd informatie over kerkelijke zaken vermeld ten tijde van de onderwaterzetting

Wie is Jac. P. Burger?

Jac(obus) P(etrus) Burger is op 23 april 1920 geboren in Hem. Hij heeft op de kweekschool in Beverwijk zijn akte behaald. Hij startte in Slootdorp in een team met onder andere Dirk Dekker en Juffrouw van Harlingen, hij woonde in bij de familie Rollé. Hij ontmoette zijn vrouw Rie de Boer (uit Obdam), die toen onder meer bij P. Veldt werkte als naaister. Na hun huwelijk (28-11-1946) woonden zij in een noodwoning aan de Schoolstraat (naast Henk en Nel Bakker, Henk was ook onderwijzer), waar hun eerste twee kinderen ter wereld kwamen. Jac. en Rie Burger verhuisden in 1949 naar Wieringerwerf, Prof. Granpré Molièrestraat 28, later naar nummer 21, waar nog vier kinderen werden geboren.

Naast het werk aan de Don Bosco-school gaf Burger ook Engelse les aan de huishoudschool.

Verder gaf hij ook avondlessen aan de jonge boeren die overwogen naar Canada te emigreren. Later heeft hij ze nog opgezocht in Canada en de USA, zoals destijds tijdens de lessen was ‘afgesproken’.

Naast het studeren voor zijn aktes Engels en Duits, had hij ook nog tijd om mede DWO (Door Water Ontstaan) op te richten voor diverse sporten, dans, maar ook voor toneel en het schoolvoetbal te promoten. In elk geval besteedde hij veel tijd aan DWO als voorzitter, scheidsrechter bij het handbal, voetballer, toneelspeler, stencilde hij het clubblad, etc.

In 1959 werd Burger in Alkmaar aangesteld aan de ulo en in december 1959 verhuisde het gezin naar Alkmaar. In 1969 verhuisde de familie naar Steenwijk, hier werd hij adjunct-directeur aan de scholengemeenschap ‘De Voorzienigheid’ te Gelderingen. Later werd hij daar directeur tot aan zijn pensioen. 14 mei 1987 overleed hij.
Wat zou het mooi zijn als ook hij een eigen laantje, straat of sportveldje in Slootdorp naar hem vernoemd krijgt, ‘Meester Jac. P. Burgerlaan’, dat heeft hij dik verdiend! Daar in Slootdorp is hij echt aan het pionieren geweest.
RHG.