Onder water

De winter ging langzaam voorbij en het voorjaar naderde. De bevrijding van ons land was gestokt bij de grote rivieren, De bezetters wisten natuurlijk donders goed dat ze de oorlog niet meer konden winnen, maar vonden toch dat ze zich niet voetstoots mochten overgeven en dat ze de overwinnaars zo min mogelijk moesten gunnen. Er werden dan ook op grote schaal vernielingen aangericht aan haveninstallaties, spoorwegen en andere vitale installaties. In dat patroon paste ook de inundatie, het onder water zetten van de Wieringermeer. Welk strategisch doel hiermee gediend was, was onduidelijk of het moet zijn dat oprukkende geallieerde troepen daardoor niet zo makkelijk van de Afsluitdijk gebruik konden maken. Nou, er zijn nooit oprukkende troepen over de Afsluitdijk gegaan, maar je kunt nu eenmaal niet alles voorzien. Hoe dan ook, op 17 april 1945 werd de dijk door de Luftwaffe gebombardeerd en door het gat dat ontstaan was, stroomde het water van het IJsselmeer de polder in. Dat betekende natuurlijk niet dat het vollopen van de polder in korte tijd klaar was, het was een proces van dagen en dat gaf de bevolking voldoende tijd om een goed heenkomen te zoeken. Alleen voor de mensen die betrekkelijk dicht bij het gat in de dijk woonden was haast geboden en daar was de schade ook het grootst. Wij zaten helemaal aan de andere kant van de polder en er verstreek dan ook veel tijd voor het water ons bereikt had. Veel tijd ook voor allerhande gissingen, waarvan de belangrijkste wel was hoe hoog het water aan onze kant zou komen. Niemand die het wist en niemand had uiteraard een hoogtekaart, maar de gedachte was wel dat ons gedeelte van de polder tamelijk hoog lag (de boerderij was niet voor niets als “eerste” gebouwd). Er waren dan ook plannen om toch maar te blijven wonen waar we waren en mijn broer Paul is zelfs bezig geweest zakken met brandhout naar het zoldertje boven de koeienstal te slepen, waar we dan ook zouden moeten gaan wonen, in de verwachting dat het allemaal niet te lang zou duren. Het is maar goed dat dat allemaal niet is doorgegaan, want je kon er niet eens rechtop staan. Ook Branderhorst was met zijn zoons bezig om maatregelen te treffen. Dat hield in, dat de landbouwmachines op strobalen werden gezet, wat uiteindelijk toch niets zal hebben opgeleverd, want later bleek dat het water toch hogerkwam dan verwacht was.

Eendenboet De Haukes 1957

Het was een stralende voorjaarsochtend. Moeder had de was gedaan en die hing inmiddels aan de lijn. Op het erf zag ik dat de sloot die de begrenzing met het erf vormde tot de rand vol stond en enige tijd later begon het water tergend langzaam het erf in bezit te nemen. De familie Branderhorst was intussen druk bezig wagens te laden met inventaris uit het huis want zij hadden op Wieringen een plaats gevonden waar ze konden wonen. Men bekommerde zich duidelijk niet om ons en ik voelde de spanning in de lucht hangen: “hoe moet het nu met ons?” Maar ergens in de middag draaide een ouderwetse boerenwagen met van die hoge houten schotten, vermoedelijk uit Zeeland, het erf op met een vrolijke koetsier, die riep “kan ik hier nog helpen?” Dat was niet tegen dovemansoren gezegd en toen begon onze verhuizing naar Wieringen, waar mijn vader onderdak voor ons had gevonden in een eendenboet aan de Waterweg in de Haukes.

Terug