De familie Branderhorst

De boerderij werd bewoond door de familie Branderhorst, een gezin met 12 kinderen waar de boerin in en om huis met een stuurs gezicht de dienst uitmaakte, daarin bijgestaan door haar oudste 3 dochters. De oude Branderhorst was volgens het verhaal dat ik meegekregen heb een gesjeesde rechtenstudent. Ik kan dat niet verifiëren, maar hij kon praten als de beste en had altijd het hoogste woord.

links: vlnr Gerrit, Nico en Pieter; Pieter was de aardigste, met hem heeft moeder nog vele jaren contact gehad per brief en hij heeft mijn ouders nog eens opgezocht in Den Helder.

rechts de hele familie, vermoedelijk aangevuld met bezoekers. Branderhorst en zijn vrouw staan uiterst rechts. Moeder Verberne staat er ook bij (derde van rechts), 5e van rechts is Gerrit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hij liet zich niet zien in het bedrijf waar de werkzaamheden werden uitgevoerd door drie zoons: Gerrit, die voor de paarden zorgde, Pieter en Nico. Er was ook nog een oudste zoon, maar die was in het begin van de oorlog uitgeweken naar Engeland en nam deel aan de bevrijding van ons land. Het gezin kwam als één van de eerste pioniersgezinnen uit het Land van Heusden en Altena, dat tot de Biblebelt behoort en het gezin was dan ook streng gereformeerd. en ging in Slootdorp naar de kerk waarbij het vervoer met paard en wagen gebeurde.

rechts: de twee paarden, de voorste een vos (bruin) de achterste een zwarte, die nogal eens voor trammelant zorgde
(alle foto’s van 1944/45

links: een modderig erf, links is de deur naar de paardenstal, rechts de stroklamp.

Ze kwamen destijds naar de Wieringermeer met een binnenschip vol koeien en daar was de boerderij ook voor ingericht, maar (aldus ging het verhaal) de koeien gingen achter elkaar dood, want ze konden niet aarden. (op de website van het Historisch genootschap Wieringermeer ontdekte ik kort geleden een foto van het uitladen van de koeien uit het binnenschip, dus dat verhaal klopte). De boerderij werd dus een akkerbouwbedrijf met aardappelen, suikerbieten, graan, bonen, blauwmaanzaad etc. en de koeienstallen bleven vrijwel leeg, want er waren maar twee koeien voor de melkvoorziening van het gezin (niet voor ons!).

links: de drie grote dochters, rechts: “Annies”en“Marietjes”,

 

De zoons waren op een leeftijd, dat ze opgeroepen konden worden voor de Arbeidsdienst om te werken in Duitsland of waar dan ook, maar ze zullen wel vrijstelling hebben gehad omdat ze onmisbaar waren voor de voedselvoorziening. Maar je weet maar nooit, dus toen de schuur nog vol graan laag, hadden ze daarin een schuilplaats gemaakt, maar daar hebben ze maar een paar keer in gezeten.

De grootste van de twee was een pestkop.

Nadat de polder na de oorlog weer droog gepompt was, is de familie natuurlijk weer naar de boerderij teruggekeerd, maar wanneer dat was weet ik niet. Het zal veel tijd en energie hebben gekost om huis en schuren te laten drogen en schoon te maken en veel van de machines en andere inventaris zal verloren zijn gegaan.

Intussen was de stemming in het land niet erg positief, het land krabbelde maar moeizaam op en de contouren van de Koude Oorlog begonnen zich ook af te tekenen. Velen hadden daardoor het geloof in een toekomst in Nederland verloren en dat gold vooral voor agrariërs en nog meer voor zo’n groot gezin als dat van Branderhorst. Ons gezin was na de oorlog naar Den Helder teruggekeerd en daar kwamen Branderhorst en zijn vrouw ons dan ook in 1948 vertellen, dat ze met het hele gezin naar Canada gingen emigreren, een land dat graag Nederlandse boeren toeliet.

links: in 1964 zochten Branderhorst met zijn vrouw (nog onverminderd chagrijnig kijkend) mijn ouders nog op in Den Helder. Rechts staat Annie, mijn moeder is de 2e van links

Dit betekende dat hun spullen verkocht moesten worden en de Helderse notaris Loots regelde de veiling op de boerderij die een dag of drie duurde. Een administratieve hulp van hem was Corrie Lafeber, de beste vriendin van mijn jongste zus in Den Helder nog uit haar lagere schooltijd. Tja, deze werd verliefd op Gerrit Branderhorst en zij reisde hem na een tijd achterna om daar met hem te trouwen. Toen ik dat destijds hoorde, dacht ik: “had ze niet iemand anders kunnen uitkiezen dan deze stugge kerel?” Maar ja, daar kan een ander niet over oordelen. In ieder geval is de band met met mijn zuster tot voor kort blijven bestaan in de vorm van correspondentie en telefoontjes. En mijn moeder heeft nog lang contact onderhouden met Pieter Branderhorst, maar op zeker moment houdt zo’n contact op, dat gebeurt gewoon.

vervolg, deel drie

Terug