Vuil verbranden

Goike hoorde in 1969 via buurman Ad van Oers, dat er bij de gemeente een baantje vrij kwam bij de plantsoenendienst. En na de sollicitatie kon hij aan de gang. Hij kreeg een eigen auto; een Landrover. Eerder deed het Staatbosbeheer allerhande klusjes voor de gemeente maar nu had deze het in eigenhand genomen. Hij heeft een hovenierscursus gedaan want je moet toch wel weten waar je mee werkt en hoe alles heet. Ik moest de jongens die buiten aan het werk waren hun spullen brengen en ook weer mee nemen. Een prachtige baan! Oude takken werden opgeladen op de aanhanger en naar de vuilstrotplaats aan de Slootweg gebracht. Alles werd in een Tocht/kanaal gedumpt. Ook Theo Bleeker die op de kolkenzuiger reed en de beerputten leegde bracht zijn lading naar de stort. Dit was in de jaren zestig dat was toen heel normaal. Ook boeren die spuitafval hadden brachten het daar. Een trekker schoof er dan weer aarde over en de volgende lading kon er weer op. Goike had een eigen hoekje voor het groen. Alles werd op een hoop gegooid en een lucifer erbij en alles in de brand. Alles wat verbranden kon werd verbrand. Als je een beetje pech had ging de rook over de weg en zagen de automobilisten helemaal niks meer. Gelukkig reden er toen nog niet zoveel auto’s en men maakte er zich toen echt niet druk om. Ook Beentjes de aannemer bracht zijn puin daar na toe en raakte de tocht aardig dicht. Bertus Toebak was er toen de Beltbaas, hij vertelde je waar je terecht kon. Als er takken niet wilde branden ging Goike naar garage Cremers en haalde er wat oude autobanden op, Cremers ook weer blij dat er weer wat weggehaald werd, en wat benzine en gooide deze op de hoop met takken en toen brandde het wel. De rook pluimen waren soms tot ver in de omtrek te zien. Toen deze tocht vol was werd er naar een andere tocht gereden aan de Praamweg. Ook deze werd volgestort en weer werd er een andere tocht gezocht. Dit keer aan de Robbenoordweg. Op deze Belt was Kees Kouwenhoven uit Kreileroord de beltbaas. Het afval moest toch ergens heen er was niks anders de gemeente wist er ook geen raad mee. Hij reed ook wel op de een machine die het afval bij van der Valk moest ophalen. Je kreeg daar altijd koffie en als je het trof kreeg je geld voor bewezen diensten. Op de stortplaats draaide je hem weer leeg en zag je de halve kippen eruit vallen, hierdoor vlogen hele grote groepen met meeuwen rond de belt om hun maaltijd te kunnen verorberen. Een versnipperraar was er toen nog niet dus toen de grote populieren aan de Brink in Slootdorp om gingen werden de takken naar het bosje bij de brug gesleept, hier was ruimte om de boel te verstoken, je had toen nog wel overwicht met die zwaailichten. De enige keer dat er een ongeluk gebeurde was tijdens werkzaamheden op het Flevo voetbalveld. Een lier van de Landrover zat om een gekapte boom en moest losgehaald dit ging iets te snel en de spanning op de lier was zo groot die sloeg tegen het been van Goike en deze was gebroken. In die tijd was de ambulance er nog niet en moesten ze op eigen gelegenheid naar het ziekenhuis. Maar ook leuke dingen maakten ze mee; de bode van de gemeente, de heer Kieviet, woonde toen nog in het gemeentehuis en daar waren de mannen even een kopje koffie aan het drinken. Er was gebak bij. Nu was de heer Gerritsen, de die voor de Wieringermeerbode schreef, er ook en de mannen vertelden dat het gebak verkregen was van een bewoner waar ze bomen gekapt hadden, dit was geheel niet waar, maar een week later stond het in de krant vermeld onder het kopje ‘De maan schijnt door de bomen’. Hilariteit alom!

vervolg