Binnen het Historisch Genootschap hebben twee leden het initiatief genomen om op het terrein van het Joodse Werkdorp 191 gedenkstenen te leggen ter nagedachtenis aan die jongens en meisjes die na de ontruiming van het dorp in 1941, in de jaren die daarop volgen, vermoord zijn door de Nazi’s. Dit in navolging van de stenen die her en der in Nederlandse steden en dorpen gelegd worden.

 

De Kristallnacht is de rechtstreekse oorzaak geweest tot de oprichting van het Joodse Werkdorp in Slootdorp.

De zogenaamde spontane uitbarsting van Jodenhaat in Duitsland in de nacht van 9 op 10 november 1938 speelde zich enkele dagen na de aanslag op de Duitse diplomaat en Nazi Ernst Rath in Parijs af. De illegaal in Frankrijk verblijvende joodse jongen, Herschel Grynszpan schoot hem neer. Hij was zeer gefrustreerd omdat zijn ouders vanwege hun Poolse afkomst                                                                       Twee Berlijners nemen op 10 nov. poolshoogte

uitgewezen waren uit Duitsland, maar Polen niet in mochten. Samen met andere Joden bevonden zij zich berooid en in een hopeloze situatie aan de Poolse grens.

Propaganda-minister Goebbels greep deze aanslag aan om te sprekcan van een internationale joodse samenzwering tegen het Duitse Rijk.

Deze aantijgingen resulteerden in een zogenaamd spontane volkswoede. In Duitsland, Oostenrijk en Sudetenland zijn in één nacht meer dan 7000 joodse winkels vernield (de nacht dankt zijn naam aan glasscherven van de vele gesneuvelde ruiten) en geplunderd, 1000 tot 2000 synagogen zijn verwoest, 96 joden zijn op straat vermoord en vele duizenden (naar schatting 30.000) zijn gedeporteerd naar concentratiekampen.

Aansluitend op de Kristallnacht werden de anti-Joodse maatregelen in Duitsland aangescherpt.                                                

Geen toekomst

Veel Joodse zelfstandigen mochten hun beroep niet meer uitoefenen en zagen totaal geen toekomst meer. In afwachting van een visum naar een ander werelddeel stuurden velen hen hun kinderen, ook hele jonge, alvast naar het buitenland, bv. Nederland. Daar werden ze opgevangen bij familie, vrienden, in weeshuizen of pleeggezinnen. Hoewel het ook gebeurde dat kindertransporten terug zijn gestuurd bij de grens bij Nijmegen. Door de grote aantallen jongeren werd de opvang hier en daar problematisch. De Joodse gemeenschap heeft mogelijkheden geschapen om jongeren voor te bereiden op een, in de eerste instantie, emigratie naar Israël. Op verschillende plaatsen in Nederland konden jongens en meisjes bij boeren aan het werk om het vak te leren. Maar het werden er meer en meer. De Joodse gemeenschap heeft toen het Joodse Werkdorp opgericht waar 300 jongeren tegelijk konden wonen en in staat gesteld werden in twee jaar diverse beroepen te leren waarmee ze van groot nut konden zijn in Palestina.

Zeven jaar lang heeft het werkdorp gediend voor honderden jongens en meisjes, ruwweg tussen 15 en 25 jaar, om zich te laten scholen in landbouw, tuinbouw, veeteelt, smeden, meubelmaken en huishouden.

Op 20 maart 1941 kwam er abrupt een einde aan dit bedrijf. Claus Barbie kwam totaal onverwacht met zes bussen uit Amsterdam aangereden om het Werkdorp te ontruimen. Iedereen, rond de 300 bewoners, moest diezelfde dag nog het werk uit handen laten vallen en mee de bus in. Bedrijfsleider Kemmeren en zijn medewerker Slabbekoorn wisten met als motto: ‘het is onverantwoord de komende oogst in verband met de voedselvoorziening te laten verrotten’, zo lang als nodig was, nog 60 leerlingen te laten blijven. De moeilijkste keus die de mannen ooit hebben moeten maken in hun leven volgens Kemmeren.

In de zomer hebben de Duitsers met een laaghartige smoes de oud leerlingen weer naar Slootdorp gelokt. Maar het vervoer was niet, zoals beloofd, naar het werkdorp, maar via Schoorl naar Westerbork en daarna naar Duitsland of Oostenrijk. Een grote groep jongens is naar de steengroeven van kamp Mauthausen in Oostenrijk gedeporteerd. Een enkeling is het gelukt nog een brief naar Nederland te sturen. Met als boodschap: ‘Help ons want we gaan hier allemaal dood’.

Van de overgebleven 60 hebben er na de zomer verschillende kans gezien onder te duiken. In de Wieringermeer of elders, vooral in de Achterhoek en Twente. Zeker is dat er eentje bij Sicco Mansholt heeft gezeten. Maar er waren er meer in de polder. Deze jongeren hebben een heel verschillende achtergrond en verhaal.

Dit verhaal gaat over een 200-tal jonge mensen. Het zijn er veel. Maar de impact ervan krijg je wanneer je er in één of twee verdiept. Dat komt extra binnen bij de werkgroep herdenkingsstenen nu ze de namen van de rol uit de hal in het Werkdorp stuk voor stuk uit de vergetelheid haalt. Bij voorbeeld Max Rack.

lees ook dit

of dit verhaal